Het Romeinse Rijk in grote lijnen
Het begin van het Romeinse Rijk was uiterst bescheiden. Volgens de traditie werd Rome gesticht in 754 v Chr. als klein stadje in midden Italië en groeide het uit tot de meest succesvolle staat ooit. Het Romeinse Rijk kende haar grootste omvang onder keizer Trajanus ca 115 na Chr. Om dit immense Rijk goed te kunnen besturen was het verdeeld in provincies. Elke provincie werd bestuurd door een gouverneur bijgestaan door een goed geolied ambtelijk apparaat o.a. verantwoordelijk voor belastingen. Het leger viel rechtstreeks onder verantwoording van de keizer. In de grensprovincies lagen de legioenen. De ruggengraat van het Rijk bestond uit een ontwikkelde infrastructuur gevormd door het landwegennet en de waterwegen over zeeën en rivieren. (klik hier voor de kaart)
De Romeinen in Nederland
Rond 18 v.C. kwamen de Romeinen voor het eerst in ons land. In Nijmegen bouwden ze een groot legerkamp en een stad. Drusus, de (adoptie) zoon van keizer Augustus, liet ook waterstaatkundige werken uitvoeren om ons drassige landje beter begaanbaar te maken: zo liet hij vlakbij Millingen een dam in de Rijn aanlggen om het water tussen Rijn en Waal te reguleren en liet hij een kanaal graven tussen Rijn en Oude IJssel (het Drususkanaal). Zijn zoon Germanicus liet in het jaar 16 in het Rivierengebied een vloot van duizend schepen bouwen, om via de Noordzee Germanië binnen te vallen, overigens zonder veel succes. Keizer Claudius riep in het jaar 47 de Rijn definitief uit tot noordgrens van het Romeinse rijk. (kaartje detail)
Hij liet achter de Rijn een verdedigingssysteem aanleggen, bestaande uit forten, wachtposten en een verbindingsweg. De hele grenszone noemen we tegenwoordig limes. De limes strekt zich in onze regio uit van Xanten via Rindern, langs de Oude Rijn naar Arnhem-Meinerswijk, Utrecht en Katwijk aan Zee. In totaal heeft de Rijn zo'n vier eeuwen gediend als grensrivier. Rond het jaar 400 namen de Franken de macht over en verdwenen de Romeinen geruisloos van het toneel.
Het grootste gedeelte van Romeins Nederland hoorde bij de provincie Germania Inferior, met als hoofdstad Keulen. Een gedeelte van Zeeuws Vlaanderen hoorde bij de provincie Gallia Belgica.
De grootste Romeinse stad in Romeins Nederland was Noviomagus Nijmegen in de pagus van de Bataven. De tweede stad in Romeins Nederland was Forum Hadriani bij het huidige Voorburg in het land van de Canninefaten.
Het leger
De slagkracht van het Romeinse Rijk werd gevormd door ca. 30 legioenen, die in grote vestingen langs de grenzen waren gelegerd. Een legioen bestond uit ongeveer 5000 soldaten. De legioensoldaten waren Romeinse burgers die 20 tot 25 jaar in dienst bleven. In Nijmegen lag van ca. 70 tot het jaar 100 na Chr. het tiende legioen in een groot legerkamp op de Hunnerberg (Nijmegen Oost).
Tussen de grote legioenvestingen lagen kleinere forten met bewakingstroepen. Een bezetting bestond doorgaans uit 500 soldaten per fort. Deze soldaten (hulptroepen) kwamen vaak uit de grensstreken van het Romeinse Rijk en waren meestal geen Romeinse burgers. De in Nederland gelegerde hulptroepen kwamen onder andere uit Thracia (Bulgarije) en Baskenland .
Onze eigen Bataven - deze Germaanse stam woonden o.a. in de Betuwe maar ook in Millingen – vochten ook als hulptroepen in het Romeinse leger. De Bataven stonden bekend als uitmuntende soldaten en ruiters. In de eerste eeuw lag het ruiterkamp van de Bataven waarschijnlijk in Nijmegen (Kops plateau).
Al met al leverde de Bataafse stam 10 afdelingen infanterie en één afdeling ruiters aan het Romeinse leger. In Schotland lag rond het jaar 100 na Chr. een afdeling Bataven in een fort (Vindolanda) aan de muur van Hadrianus). De lijfwacht van de keizer in Rome bestond ook voor een groot gedeelte uit Bataven. Daarnaast vermeldt een Romeinse bron ook nog Bataven als roeiers op de Rijnvloot.
De limes en de vloot
De grens van het Romeinse Rijk liep dwars door Nederland. Langs de Oude Rijn lagen de verschillende forten op gezette afstanden. Van Katwijk aan Zee tot Carvium bij Millingen waren het ongeveer 15 forten (o.a. Valkenburg, Leiden Roomburg, Alphen aan de Rijn, Woerden, Utrecht, Vechten, Meinerswijk) . Tussen deze forten (castellum) lagen ook nog eens wachttorens. De rivier vormde de grens maar ook een vitale levenslijn voor de Romeinen. Alle voorraden voor de bezettingtroepen werden over de rivier aangevoerd. In Nederland zijn naar verhouding veel Romeinse rijnaken terug gevonden o.a. in Woerden, Zwammerdam en De Meern bij Utrecht.
De schakel tussen al deze forten werd gevormd door de marine. Er zijn verschillende marine bases bekend maar aangenomen kan worden dat elk Romeins fort langs de grens, faciliteiten had voor marineschepen. Een goed voorbeeld van een fort gecombineerd met marinefaciliteiten lag bij het huidige Velzen in Noord Holland.
Classis Germanica
De veiligheid op de rivieren werd gewaarborgd door patrouilles de Romeinse marine. Deze werden uitgevoerd door de CLASSIS Germanica de vloot verantwoordelijk voor de waterwegen in de sector Germania Inferior de rivieren Maas en Rijn en de Noord Zee. Het hoofdkwartier van de vloot lag in Keulen. Gezien de keuze voor Keulen moet de opdracht van de Classis Germanica vooral op grens rivieren gelegen hebben (De classis Britannica lijkt meer op de Noord Zee gericht). Er wordt verondersteld dat er voor de Rijnsector zo’n 45 schepen (liburna’s) beschikbaar waren. Maar hoe deze verdeeld zijn geweest langs de grens is onbekend.
|