Dit artikel is een uitgebreide versie van het artikel dat verschenen is in Gelders Erfgoed,
kwartaal blad voor de erfgoed sector, september 2011.
De reconstructie van
een Romeins militair schip,
een goed voorbeeld van experimentele archeologie?
Drs. Will Brouwers
In Millingen aan de Rijn is men in januari 2010 met ‘experimentele archeologie’ begonnen.
Een Romeins militair schip wordt op wetenschappelijke wijze nagebouwd onder leiding van Sars Houtbouwin opdracht van de stichting Millingse liburna. Het project is ontstaan uit de behoefte om het Romeinse erfgoed in Millingen te visualiseren. De bouw vindt plaats op de werf van Bodewes in Millingen en is voor het grote publiek dagelijks te bezoeken.
Alhoewel er in de loop van de jaren honderden Romeinse scheepswrakken werden aangetroffen, zijn overblijfselen van militaire schepen uit de Romeinse tijd zeldzaam. Daarmee is het referentie materiaal voor een reconstructie beperkt. In Nederland is al een aantal replica’s gebouwd van Romeinse schepen. Tot nu toe waren dit allemaal (civiele) platbodem vaartuigen, zeg maar rijnaken. Een militair schip was in Nederland nog niet eerder nagebouwd. Daarom is in dit project voor dit type schip gekozen.

replica van een Romeins patrouillevaartuig (navis lusoria) ontworpen voor dienst op de grensrivieren,
foto A. van Bockel
De Romeinen noemen een oorlogsschip met een algemene term liburna. Een liburna was oorspronkelijk een snel piratenschip dat gebruikt werd door de Liburnii, een stam in het huidige Kroatië. De Romeinen namen dit type schip over en de term werd geleidelijk aan voor alle oorlogsschepen gebruikt.
De Rijngrens
In Mainz (Dld) aan de Rijn zijn in 1981 vijf Romeinse scheepswrakken van oorlogsschepen gevonden. De schepen lijken bewust te zijn (af)gezonken aan het einde van de 4e of begin van de 5e eeuw na Chr. Deze periode kenmerkt zich door onrust en onzekerheid. Germaanse stammen waren op drift en deden veelvuldig invallen in het Romeinse Rijk. Op 31 december 406 bezweek de Rijngrens definitief onder Germaanse aanvallen. Vandalen, Alanen, Burgundiërs, Goten en Franken vestigden zich op Romeins territorium. Tot die tijd functioneerde de Romeinse grensverdediging. De Romeinse marine was in staat de Rijngrens dicht te houden. Talloze patrouillevaartuigen waren onder andere gestationeerd in Mainz, Keulen en zonder twijfel ook in het huidige Nederland.

De noordwestelijke sector van Gallië ca. 400 AD, kaartje Will Brouwers
Mainz A en B
De vijf wrakken uit Mainz kunnen onderverdeeld worden in twee typen. Zij worden respectievelijk Mainz A en Mainz B genoemd . De Mainz A is een smal, rank geroeid schip met een ramspoor op de boeg gemonteerd. Onmiskenbaar een militair vaartuig. Dit type werd in het late Romeinse rijk een ‘navis Lusoria’ genoemd. Vier van de vijf gevonden wrakken waren van dit type. De Mainz A is in Duitsland al een aantal malen gereconstrueerd (Universiteit van Regensburg).
De Mainz B was een wat robuuster uitgevoerd schip zonder ramspoor en werd tot nu toe omschreven als een patrouillevaartuig met transportmogelijkheden. Het is dit type schip dat in Millingen wordt herbouwd. Opmerkelijk aan de Mainz B, wrak nummer 3 is dat het naar alle waarschijnlijkheid zo’n honderd jaar in de vaart is gebleven. Een deel van het gebruikte hout is te dateren aan het eind van de 3e eeuw, terwijl het tegelijkertijd met de andere Mainzer schepen aan het eind van de 4e eeuw begin 5e eeuw is (af)gezonken.
Reconstructie
De reconstructie van de Mainz 3 vindt plaats onder wetenschappelijke supervisie van scheepsarcheologen Ronald Bockius, Jaap Morel en scheepsbouwer Kees Sars. In het Museum für Antike Schiffahrt te Mainz zijn de originele Romeinse wrakken geconserveerd en te bezichtigen. Bovendien zijn de reconstructies op ware grootte te zien. Deze reconstructies zijn echter nooit bedoeld om echt mee te varen.

De Millingse liburna in aanbouw, foto Sars Houtbouw]
Reconstructie =experimentele archeologie
Het reconstrueren van historische schepen op grond van iconografische en archeologische bronnen blijkt een zeer bruikbare manier van experimentele archeologie. Het geeft inzichten die men door het louter bestuderen van deze bronnen, niet zou kunnen verkrijgen. Dat geldt ook voor het Millingse liburna project. De daadwerkelijke overblijfselen van wrak 3 (achtersteven, spanten, vlak en zijden tot boven de kim) geven aanknopingspunten voor herbouw maar een aantal zaken blijft speculatief en moet al doende worden ‘uit gevogeld’.
Voortbeweging
Een belangrijk discussiepunt bij de reconstructie van de Mainz 3 is het aspect van de voortbeweging. Een Romeins militair vaartuig is in het algemeen uitgerust met een zeil-inrichting en een roei-inrichting. Een effectieve roei-inrichting is van het grootste belang om snelheid en daarmee aanvalskracht te kunnen ontwikkelen. Het belangrijkste wapen van een antiek oorlogsschip is immers de ram. De zeil-inrichting bij militaire schepen is secundair en wordt alleen gebruikt bij verplaatsen, nooit tijdens een aanval of dreigend gevaar. Omdat de Mainz 3 in een militaire context is gevonden, ging men uit van een patrouilleschip en, daaruit voortvloeiend, met een roei-inrichting.

Outrigger systeem, foto Sars Houtbouw
Speculatieve roei-inrichting
De Mainz 3 had een mastspoor en het is daarmee zeker dat het schip een mast had en kon zeilen. De aanwijzingen dat het ook geroeid kon worden, zijn wat minder zeker. Bij de reconstructie van het schip in het Museum für Antike Schiffahrt werd er vanuit gegaan dat de roei-inrichting een vrij geavanceerde constructie was die aangeduid wordt met de term outrigger systeem. Een aantal aanwijzingen leek hierop te duiden:
a. twee zware eiken stringers (zijzaathouten) die over de spanten van het vlak waren getimmerd;
b. een lichte binnenbeplanking tegen de spanten in de zijden aan getimmerd;
c. aan een van de boordplanken meende men een vlak geschaafde bovenzijde waar te nemen.
Dit zou wijzen op het verlaagde boord midscheeps.Deze aanwijzingen van het daadwerkelijke wrak zouden kunnen wijzen op een zetel-en-riemen draagconstructie. Het was vooral punt c dat de keuze voor een outrigger leek te rechtvaardigen.
Een extra belangrijke argumentatie voor de outrigger kwam echter niet van het wrak zelf maar van een (1) scheepsmodel gevonden in Rethel (Fr) Het betreft een Romeins spaarpotje in de vorm van een scheepje met een outrigger roei-inrichting.

afbeelding Rethel model
Voortschrijdend inzicht: niet roeien maar zeilen
De tentatieve keuze voor een outrigger systeem op de Mainz 3 lijkt niet meer voor de hand te liggen. Het bewuste boordplankje is onlangs nog eens door Bockius, Morel en Sars nauwkeurig bekeken. De zogenaamde vlak geschaafde bovenkant van de boordplank kan ook gewoon een gescheurde rest van een plank zijn en daarmee geenszins een argument tot een verlaagd boord midscheeps. Daarmee worden de argumenten voor een outrigger systeem flinterdun en feitelijk alleen nog gedragen door een secundair argument; het scheepsmodel van Rethel
.
Daar komt nog bij dat het schip te zwaar gebouwd lijkt voor (primair) patrouilledoeleinden. Als we dit aannemen dan lijkt zeilen als primaire en roeien als secundaire bron van voortstuwing een juistere aanname.
Daarmee staat ook het aantal roeiers ter discussie. Morel vindt een relatief groot aantal roeiers (14) niet kloppen met het beeld van een (primair) zeilend schip; Bockius is het daarmee eens. Daarom is in tweede instantie gekozen voor 8 roeiers in totaal: 4 in het voor- en vier in het achterschip. Roeibanken in de midscheeps komen daarmee te vervallen. Voor en achter komen iets verdiept twee dekjes te lopen waar de roerganger alsmede op elk scheepseind 2x2 roeiers (dus 8 totaal) kunnen staan. Het roeien gebeurt staand (dit was niet ongebruikelijk), dat maakt ook dat dichter bij het boord met relatief korte riemen in steilere stand (dus krachtiger) geroeid kan worden. De dollen worden min of meer los in het boord gestoken.
In de praktijk zal moeten blijken of dit alles ook werkt, maar daarvoor is de reconstructie ook mede bedoeld.
Stevenkrullen
Een andere revisie betreft de versiering van de boeg. De karakteristieke krullen aan de uiteinden van de boeg en het achtersteven zijn niet algemeen voor schepen uit de betreffende periode. De ’oude’ stevenkrullen waren ook overgenomen van het miniatuur van Rethel. Veel algemener is de stevenversiering zoals op de afbeelding hieronder.

Schets van de nieuwe stevenversiering, schets Sars Houtbouw
Aanpassing
Het oorspronkelijke plan -schip uitrusten met outrigger systeem - wordt losgelaten. De reconstructie van de Millingse liburna wordt bijgestuurd. Alleen de fysieke resten van de Mainz 3 zijn nu nog leidraad in de reconstructie; het Rethel-model blijft buiten beeld. Om een roei-inrichting te veronderstellen, kijken we naar de andere Mainz-wrakken. De Mainz 2 en 4 leveren bewijs van de gebruikte roei- inrichting. Deze waren uitgerust met genoemde dol-klossen die eenvoudig in de spantopeningen van het boord konden worden geplaatst.
Het schip heeft, in de nieuwe reconstructie, geen doorlopend dek meer, dus in de open ruimte midscheeps hebben vracht en eventueel te vervoeren personen goed plaats.
De aanpassingen maken van de Mainz 3 een vaartuig dat misschien wel in een militaire context heeft gevaren maar zeker niet a priori als patrouille- of gevechtsschip. Men moet dan denken aan transport op korte afstand van troepen of andere essentiële militaire zaken ( post, onderdelen etc.). De benaming voor een dergelijk schip zou ‘navis actuaria1 kunnen zijn maar de term liburna dekt in ieder geval (ook naar de Romeinse gewoontes destijds) altijd de lading.
Verantwoording en literatuur
Dit artikel is gebaseerd op twee notities:
Dr. R. Bockius, gewijzigde visie op de reconstructie van wrak Mainz 3, niet gepubliceerd.
Kees Sars, toelichting bij gewijzigde visie op de reconstructie van wrak Mainz 3, niet gepubliceerd.
Meer informatie:
Brouwers, Sars, Van der Heijden: De bouw van een Romeins oorlogsschip in Millingen (Archeobrief, no. 4 dec. 2010)
Dr. Ronald Bockius is hoofdconservator van het Museum für Antike Schifffahrt te Mainz en is gespecialiseerd in de Mainz schepen.
Dr. Jaap Morel is verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en specialist in Romeinse scheepsbouw . Hij is o.a. betrokken bij de opgraving en conservering van de Zwammerdam 6, De Meern 1 en Woerden 7.
Kees Sars is met zijn bedrijf Sars Houtbouw o.a. betrokken geweest bij de bouw van de Batavia, de Zwammerdam 6, de Kamper Kogge, het Utrechts Statenjacht en de palingaak in Heeg.
Drs. Will Brouwers is verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en als historicus betrokken bij het liburna project.
1. Paulys Real encyclopedie (RE). Band I,1, Stuttgart 1893, cl. 331. Actuariae (sc. naves), […] schnelle Fahrzeuge, von verschiedener Grösse […] Sicherlich gehörten sie nicht zu den Lastschiffen (onerariae). Die A. standen also im Dienste der Kriegsmarine ohne eigentliche Kampfschiffe zu sein [..]
|