De liburna zoals die op de Rijn voer, was een ranke galei van een kleine twintig meter lang en ongeveer vier meter breed op het breedste punt (circa drie meter op de waterlijn). De boeg was voorzien van een lichte, naar boven gekromde ram waarmee men zonodig (Germaanse) schepen kon laten kapseizen.
De bemanning bestond uit roeiers, een stuurman, een kapitein en waarschijnlijk een kleine groep mariniers. Zij konden de katapult(en) bedienen die op het voordek geplaatst konden worden.
De liburna kon ook gezeild worden en had daarvoor een mast met een vierkant getuigd zeil en een boegspriet met een klein, eveneens vierkant getuigd, zeil.
Zie ook Romeinse scheepsbouw |